Postvak In-onderdelen verwerken
De onderdelen die u in het Postvak In doet, blijven daar tot u ze toewijst aan een project (door gebruik te maken van het infovenster of door te typen in de kolommen Project en Context). Als u zowel een project als een context toewijst, wordt het onderdeel opgeslagen op de plek waar het thuishoort. Afhankelijk van uw instellingen in het gedeelte Verwerking van het Postvak In van de Gegevensvoorkeuren, blijft een Postvak In-onderdeel met een project zonder toegekende context, of vice versa, in het Postvak In of wordt het automatisch opgeslagen waar het hoort.
Postvak In-onderdelen hebben zowel een projectkolom als een contextkolom. Om een project of een context toe te wijzen, kunt u op de pop-upknop naast de bijbehorende cel klikken om een menu weer te geven met alle beschikbare projecten of contexten. U kunt ook direct in de cel typen. Bij iedere letter die u toevoegt, probeert OmniFocus te raden welke context of welk project u bedoelt. Meestal krijgt u de juiste na een paar toetsaanslagen. Wanneer u bijvoorbeeld aek of ado in de projectcel typt, vindt OmniFocus uw project "Adopteer een katje". Zodra het juiste project of context is gemarkeerd, kunt u de cel verlaten.
Wanneer u een nieuw project of een nieuwe context wilt aanmaken, typt u alleen de naam in de cel en drukt u op Command-Return in plaats van Return. OmniFocus maakt het nieuwe project of de nieuwe context voor u aan en wijst de actie eraan toe.
U verplaatst als volgt Postvak In-onderdelen naar uw bibliotheek:
Wijs voor een individuele actie een project en een context toe en gebruik vervolgens het commando Ruim op in het menu Wijzig of de knop Ruim op in de knoppenbalk om het naar de juiste plaats te verplaatsen.
Bij elk Postvak In-onderdeel, ook een groep, kunt u op de grepen klikken en het naar de gewenste plaats in de zijbalk of de hoofdopbouw slepen. Laat het los in een project om het aan een project toe te voegen of laat het ergens anders los om het om te zetten in een project.